Waarom je soms eerst moet luisteren voordat je iets kunt vertellen.

Communicatie
22 maart 2019
Waarom je soms eerst moet luisteren voordat je iets kunt vertellen.

Gisteravond maakte ik het weer eens mee. Er was een informatieavond voor raadsleden: en de naam zegt het al, we worden geïnformeerd over een bepaald onderwerp.

Deze avond gaat het over participatie – hoe de inwoners te betrekken bij de ontwikkelingen in een dorp.

Maar politici zijn net echte mensen: als ze iets niet willen gaat het niet gebeuren. En bij een organisatie heb je een baas en medewerkers. Je hebt een hiërarchie, dus iemand bepaalt hoe het gaat. Dat is in de politiek niet zo. Daar is iedereen min of meer gelijk.

De vraag kwam bij mij op: wat als je een presentatie wilt houden, maar het publiek is niet van plan is naar je te luisteren?

De avond begint met een praatje van “onze” wethouder. Hij is verantwoordelijk voor dit participatietraject en doet het introductiepraatje op deze avond. Hierbij zegt hij een aantal dingen, die goed bedoeld zijn en in een normale situatie neutraal overkomen, maar nu bij een aantal mensen in het verkeerde keelgat schieten (zie ook hieronder: de situatie).

En we hadden nog zo afgesproken dat hij goed na moest denken wat te zeggen“, bedenk ik me. Maar het lijkt wel of een aantal raadsleden bij elk woord dat hij zegt meteen in de aanval gaan. Gelukkig kan de voorzitter de discussie binnen de perken houden en op een gegeven moment kapt hij de discussie af. Maar de geest is uit de fles, de vragen blijven komen, er is onrust in de zaal.

Na de wethouder komen de twee externen aan het woord, vrouwen maar dit geheel ter zijde, die het participatieproces gaan begeleiden.

Wat niet werkt

De storm van kritiek gaat door. “Er wordt te weinig geluisterd naar de inwoners” zegt de een, “Er wordt te veel geluisterd naar de inwoners” zegt de ander. “Er zijn al onderzoeken geweest, waarom gebeurt daar niks mee”, zegt weer iemand anders. “die onderzoeken werden niet goed gedaan” zegt de volgende.

Ik wil me ook in de discussie mengen  en de critici de mond te snoeren. “luister nou toch eerst eens naar het verhaal, voordat je je oordeel klaar hebt”, wil ik zeggen.

Mijn buurman gebaart dat ik niet moet ingrijpen. Ik luister naar hem, houd mijn mond en observeer het proces. Een verstandige keuze blijkt al snel.

De situatie

Dinsdagavond, informatieavond voor de raad over hoe de participatie rond het centrumplan van Zuidlaren gaat plaatsvinden. Het gaat deze avond dus niet over hoe het plan eruit moet zien. Dat komt later!

Er wordt al jaren gepraat over dit centrumplan. Er gebeurt van alles. Maar niets is definitief (of misschien toch wel?). Wat is er beloofd aan ondernemers? Sommige mensen wilden hun ideeën doordrukken, omdat zij vonden dat dit het beste idee was. Maar anderen waren het er absoluut niet mee eens. Door deze onduidelijkheid en doordat de meningen over dit plan ver, heel ver, uiteen liggen, is er veel wrevel en achterdocht. Dus is dit een moeilijke start van een nieuwe manier van werken.

Nu is besloten dat er einde van dit jaar een plan moet liggen dat breed gedragen moet worden door de mensen die er mee te maken hebben en waar iedereen zijn zegje over mag doen.

Dat het niet zonder slag of stoot zou gaan was wel te verwachten.

Wat wel werkt

Heel geduldig luisteren de vrouwen naar de kritiek. Hun reacties zijn begripvol en rustig.

Ze komen nog niet aan hun verhaal toe, maar dat lijken ze dat niet erg te vinden.

Ze leggen keer op keer uit welke ervaring ze hebben in andere trajecten, dat alle mensen hun zegje mogen doen en dat de raad op gezette tijden mag beslissen over de keuzes die gemaakt moeten worden.

 

En waarom dan?

Het gaat nog een tijdje door.

Ik merk dat er allerlei emoties onder de (kritische) vragen en opmerkingen zitten. Ik merk bijvoorbeeld dat mensen bang zijn dat er niet naar ze geluisterd zal worden.

En boosheid omdat ze het gevoel krijgen dat zij het in het verleden niet goed hebben gedaan.

En misschien wat afgunst.

Maar het allerbelangrijkste wat ik merk, is de angst dat raadsleden geen invloed zullen hebben op het proces en op de uitkomst: hun rol is toch niet uitgespeeld?

Langzaam gaat de storm liggen en de dames kunnen aan hun uitleg beginnen. Ze laten zien dat ze goed ingelezen zijn: ze weten welke rapporten er liggen en welke instanties graag mee willen praten.

Er wordt nu geluisterd, het wordt rustiger. De vragen worden inhoudelijker en minder emotioneel.

Wat een eyeopener.

 

Wauw!

Dit moet gewoon eerst gebeuren.

We probeerden het te voorkomen, maar dat werkte niet. Al deze emoties (ja, ook raadsleden hebben emoties) moeten er eerst uit.

Je kunt proberen het conflict te omzeilen, door te zeggen dat we het er niet over willen hebben, maar dat werkt dus niet. De emoties moeten er eerst uit: daar moet eerst naar geluisterd worden.

Door de houding van de consultants wordt een goede sfeer gecreëerd. Door uitgebreid te luisteren naar de kritiek en rekening te houden met de achterliggende emoties, voelen mensen zich gehoord en begrepen.

 

Als je iets te vertellen hebt, zoals in dit geval een nieuwe manier van werken, moet je niet beginnen met vertellen. Je begint met luisteren.

 

En is het nu klaar?

 

Nee, denk niet dat alles nu pais en vree is. Het kan maar zo zijn dat de volgende keer, en de keren daarop, de emoties in alle hevigheid terugkomen. Goed luisteren, niet boos worden en een consistent verhaal vertellen blijft dan belangrijk. 

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

Interessante feiten, weetjes en nieuws over cursussen.

Meest gelezen artikelen

Meest gelezen artikelen