Selecteer een pagina

20

oktober 2018

Vergader-rituelen in de politiek.

De hoogmis van de gemeentelijke politiek is de raadsvergadering. In de ene gemeente wordt wekelijks vergaderd, in andere plekken maandelijks. Bij ons in de gemeente komen wij tweewekelijks bij elkaar. Raadsvergaderingen zitten boordevol rituelen: boeiend om mee te maken. Wat nog boeiender is, als de raadsleden een vergadering hebben die niet in hun vertrouwde omgeving gehouden wordt en waarbij de standaardrituelen niet werken.

 

Dacht je dat politici rechtstreeks met elkaar in debat gaan? Nee dus. Je spreekt met elkaar via de voorzitter, bij onze officiële raadsvergaderingen is dit de burgemeester. Als je iets te zeggen hebt geef je een signaal naar de voorzitter en hij/zij geeft je dan het woord. Hij kijkt naar je en zegt: “mevrouw Kardol, D66…” Daarna begin je met je praatje of je stelt je vraag. En je begint je tekst ook vaak met “dank u wel, voorzitter. D66 vindt….” en soms sluit je je bijdrage af met “dat was het voorzitter” of woorden van gelijke strekking.

 

Dit doe je dus ook als je wilt reageren op iets wat een ander zegt: “voorzitter, voorzitter, wat de heer Pieters zegt kan niet helemaal kloppen volgens ons…..”, zelfs dan geeft de burgemeester je eerst het woord voordat je verder mag praten. Bij zogenaamde informatieavonden is niet de burgemeester de voorzitter, maar zit één van de drie vice-voorzitters voor. En laat ik nou één van deze mensen zijn: ik ben de 3e vice-voorzitter.

Uit de comfortzone

 

De setting:

Onze raadzaal wordt (een beetje) verbouwd. Dus één van de informatieavonden werd in een ander vergaderingzaaltje gehouden. En in de zaaltje is maar één microfoon. Afspraak met de griffier en de wethouder is dat ik, als voorzitter de vergadering open (en sluit) en dat de wethouder zelf de vragen die er zijn beantwoord (alleen verduidelijkende vragen tijdens een informatieavond mag geen politiek bedreven worden).

 

Wie mij (goed) kent weet dat ik wars ben van formeel taalgebruik, hiërarchie en rigide regels. Informeel en gelijkwaardig en vooral doe-maar-gewoon houd ik van. Dus geef ik aan hoe de avond eruit gaat zien, dat het helaas even een andere setting is dan anders en dat de wethouder vragen beantwoordt.

 

De wethouder begint met zijn uitleg over de begroting 2019 en ik ga op de eerste rij zitten, gewoon net als de rest van de raadsleden en andere geïnteresseerden. Achter mij hoor ik op een gegeven moment zeggen: “Voorzitter? Voorzitter?” het is stil. Na een paar seconden realiseer ik me dat ik iets moet doen.

Ik laat maar een beetje begaan en luister weer naar de wethouder. Ik ben namelijk binnen mijn fractie ook degene die over de financiën gaat. Maar naar een paar minuten hoor ik weer “voorzitter, kan ik een vraag stellen?”. Pfff, die mensen kunnen toch gewoon hun vragen rechtstreeks aan de wethouder stellen? Dat was toch ook afgesproken!

 

Maar opeens begint het me te dagen. Een aantal mensen is al meer dan 20 jaar politicus. Zij weten niet beter dan dat dit zo hoort. Even zeggen dat we het vandaag anders gaan doen werkt niet, want dat kennen ze niet.

 

De antropoloog in mij wordt wakker.

Verder lezen: