Hoofdstuk 5

Communicatie. Waarom iedereen er verstand van schijnt te hebben en het toch zelden goed gaat.

Wat hebben communicatie en cultuur met elkaar te maken?

Over taal. Wat is duidelijke taal?

https://directduidelijk.nl/

Over communicatiedeskundigen en dat je het nooit goed kan doen.

 

Net zoals als er 17,5 miljoen voetbaltrainers in Nederland rondlopen, zijn er ook 17,5 miljoen communicatiedeskundigen. Iedereen heeft altijd een mening over het communiceren van anderen. Vooral (bekende) politici moeten het ontgelden.

Ook nu, in het corona-tijdperk, gaat het vaak over het communiceren van Premier Rutte, de ministers Bruins, De Jonge c.s. en de mensen van het RIVM. Er wordt te weinig, te veel, te verwarrend, te beperkt, te uitgebreid gecommuniceerd. Er worden zelfs al grappen gemaakt dat de doventolk het beter doet in de peilingen dan de politici zelf (grap van De Speld).

En toch is communiceren een van de lastigste dingen om goed te doen. Misschien heb je het zelf ook wel eens meegemaakt: je denkt dat je iets heel aardig zegt en de ander schiet toch uit z’n slof! Blijkt hij/zij te vallen over een woord dat je gebruikt: dat heeft voor hem/haar een heel andere lading dan voor jou.

Hoe komt het dat communicatie toch vaak zo lastig is?

 

Communicatie tussen twee mensen kan prima verlopen. Zeker als je beiden dezelfde achtergrond hebt. Tweelingen hebben vaak aan een half woord voldoende en ze begrijpen elkaar al. En ook partners hoeven soms niks meer te zeggen: je weet al wat de ander bedoelt.

Politiek wordt wel gezien als een manier om in een samenleving van verschillen en conflicten om te gaan (zie hier voor meer uitleg). Dus het is logisch dat in de raadszaal veel onduidelijke communicatie kan zijn.

Mensen met verschillende achtergronden, waarden en gedrag begrijpen elkaar soms gewoon niet.

“Mensen die zo netjes Nederlands praten, van die kakkers, die zijn niet te vertrouwen en denken alleen maar aan zichzelf”.

“Mensen die plat praten zijn dom en egoïstisch”.

“Een vrouw in de politiek. Dat zal wel een haaibaai zijn. Zo eentje met haar op d’r tanden”.

“Een vrouw in de politiek: wat moet die hier. Daar ga ik echt niet mee debatteren.”

“Politici zijn eigenlijk sowieso zakkenvullers, ze zitten er alleen maar voor zichzelf”

“Mensen die voor een landelijke partij in de raad zitten, moeten doen wat de landelijke politiek hen voorschrijft, ze weten niet wat er lokaal speelt”

“Die lokalo’s zijn one-issue-partijen. Het gaat ze alleen maar om die scheve stoeptegel. Ze snappen niks van de ingewikkelde dossiers”.

Dit zijn een aantal voorbeelden van overtuigingen, die ik echt gehoord heb. Sommige werden tegen mij gezegd. En ik zal je wel vertellen, geen van allen kloppen. Maar dat wist jij zelf ook al.

Als mensen denken in dit soort stereotyperingen, is goed met elkaar communiceren een lastige. Als wij aan het praten zijn en de beelden in jouw hoofd komen overeen met de beelden in mijn hoofd dan gaat het wel goed. Maar als we ieder andere beelden hebben, dan ontstaat miscommunicatie. En in die gemeenteraad met al die mensen met verschillende achtergronden: dat levert dus veel communicatieproblemen op.

 

Hoe toch goed te communiceren met al die verschillende achtergronden?

 

Ik verbaas me toch elke keer weer dat er zo weinig mis gaat in onze gemeenteraad. Ondanks al die verschillende achtergronden. Dat heeft vooral te maken met het feit dat er, de afgelopen decennia, allerlei oplossingen zijn bedacht om conflict en onenigheid te reguleren.

Op de allerbelangrijkste manier om goed te communiceren heb jij zelf veel invloed. En dat heeft te maken met iets dat wij als raadsleden niet allemaal even goed doen. We moeten ons goed voorbereiden! Goed onze stukken lezen, goed weten welk punt je wilt maken, je verdiepen in de standpunten van anderen. Zo sta je niet met je mond vol tanden of erger.

De reglementen die de raadsvergadering regelen helpen ook mee. Denk bijvoorbeeld maar aan het spreken vía de voorzitter. Je gaat zo niet rechtstreeks de aanval aan.

Ook zijn veel bijdragen tijdens een raadsvergadering voorgekookt en worden voorgelezen. Dan is het soms ook lastig om te reageren op wat er gezegd wordt.

Daarnaast weten raadsleden vaak wel dat kritiek bij het spel hoort en niet op de persoon gericht is (althans, dat is wel de bedoeling). Ik heb vaak meegemaakt dat twee raadsleden die tijdens het debat heftig op elkaar reageerden het ná de vergaderingen bij legden. Bijvoorbeeld door samen te lachen om een grap of over de a.s. vakantie te praten.

Het is ook goed om je te blijven richten op de inhoud en op de gedachte “wat is het beste voor onze gemeente”. En je niet te laten verleiden tot emotionele uitspraken en op-de persoon-spelen. Er zijn raadsleden die je het bloed onder de nagels vandaan halen en blijven putteren tot ze je kwaad hebben (en dan hebben ze een lol). Een olifantenhuid en een groot gevoel voor humor helpen hierbij.

Toch zijn mensen soms echt even echt boos-boos op elkaar. Oude wonden (zoals buitengesloten zijn tijdens vorige coalitieonderhandelingen) blijven soms heel lang na etteren. Ik bemoei me er vaak niet mee, het gaat vaak tussen onze dinosaurussen (sommigen kennen elkaar al meer dan 25 jaar!). Voor hun ben ik een groentje.

Als jij onterecht beschuldigd wordt van verkeerd gedrag, verdedig je dan met verve. En als je terecht beschuldigd wordt: blijf dan zitten terwijl je geknipt en geschoren wordt. Ook goed kunnen incasseren hoort bij politiek!

 

Oefening:

Welke oplossingen heb jij om te zorgen dat je goed begrepen wordt in de gemeenteraad? En welke zijn effectief en welke niet?

Met welke mensen kun je goed opschieten en loopt de communicatie gladjes? Hoe komt dat?

En wie vermijd je in de raadszaal?
En met wie heb je vaak bonje?

En hoe komt dat? Wat is jouw aandeel hierin? En van de ander?

Wat zou je willen leren om beter begrepen/gehoord te worden in de raad?

En wat zou je willen leren om beter gehoord/begrepen te worden door je achterban/kiezers/inwoners/etc.?

Over reputatie

 

Politiek gaat over reputatie. Ik denk zelfs dat een groot deel van de stemmers niet weten wat een partij precies vindt, maar vooral stemt op een imago. Ze willen zich ergens mee kunnen associeren.

Reputatie gaat niet over je werkelijke handelen, maar het gaat over overtuigingen en meningen die mensen over jou of jouw partij hebben.

Dus dat wat mensen over jou zeggen gebeurt niet op basis van wat jij werkelijk doet, maar wat zij denken dat jij doet.

Al jouw gedrag wordt dan door deze gekleurde bril bekeken. En is het een roze bril, dan zullen deze mensen jouw handelen positief bekijken. Is het een zwarte bril, dan zal alles wat jij doet negatief beoordeeld worden.

En heb je hier invloed op? Nauwelijks.

Bij communicatie heeft het dan ook geen zin om je te richten op de zwarte brillen. Zij veranderen echt niet van mening. Je kunt je beter richten om mensen die jou nog niet kennen, op de roze brillen of op de twijfelaars.

 

 

 

 

Hoe wil je dat anderen je kennen? Hierover hebben we het ook in de lessen 1 en 2 gehad.

But reputation is built on beliefs and opinions, not objective facts.

De meeste mensen zijn behoorlijk positief over mij. Natuurlijk heb ook ik vreemde eigenschappen, maar die vergeten de meeste mensen, want de rest aan mij is wel leuk. Ik heb dus wel een positieve reputatie. En dat is fijn.

Een reputatie of

imago is

 

Who do you want to be known to?
What do you want them to know you for?
What do you need to do to build this reputation?

Actions speak louder than words.

Beter communiceren met de buitenwereld

 

Hierna gaan we het hebben over het maken van een communicatieplan. Dit kan je helpen om (nog) beter gehoord te worden door de mensen buiten de raadszaal.

Noot: uiteindelijk zijn de raadsleden gewoon één van je stakeholdergroepen en moet je in je communicatieplan ook rekening met hen houden.

Het communicatieplan

 

Voor wie doe je het?

Wie zijn mijn/onze stakeholders. Met wie hebben we te maken.

Bij stakeholders kun je denken aan:

  • mederaadsleden (coalitie/oppositie)
  • partij- en/of fractiegenoten
  • college, burgemeester & ambtenaren
  • kiezers, leden van je partij
  • alle inwoners van de gemeente (in ons geval bestaat de gemeente uit een aantal dorpen en richt ik me soms alleen op de inwoners van ‘mijn’ dorp).
  • familie, vrienden, kennissen en andere geïnteresseerden (mensen die hopelijk ooit de politiek in willen of op jou stemmen).
  • ondernemers & zzp’ers
  • politici bij andere partijen en/of andere gremia (statenleden, tweedekamerleden, waterschap, etc.)

Je hoeft/kunt je niet op allemaal richten. Het is goed om na te denken wie voor jou het belangrijkste is (zijn) en je op hun te richten.

 

Hoe ziet de wereld om ons heen eruit?

Hierop hebben we antwoord gegeven in de vorige 2 hoofdstukken.

 

Wat heb ik te vertellen?

Hierbij gaat het om de inhoud, zoals je doelen, koers (kompas, stip op de horizon), standpunten, idealen en ideëen.

 

Hoe ga ik het vertellen

Misschien nog wel belangrijker dan inhoud is de vorm. Hierbij heb je te maken met vragen: welke taal gebruik ik, hoe zie ik er uit, hoe ziet mijn communicatie er uit, hoe congruent ben ik. Wat vertel ik via welke kanalen?

 

Over taal en stijl

Communiceren draait om congruent zijn. Je moet eigenlijk vooral voorspelbaar zijn. Dan kom je betrouwbaar over (zelfs Trump is voorspelbaar in zijn onvoorspelbaarheid). Naast congruent zijn gaat het om de toon die je gebruikt: praat en schrijf je informeel en los of juist formeel. Past hoe je schrijft bij hoe je je kleedt en hoe je je gedraagt?

De stijl die je gebruikt hangt natuurlijk af van de omstandigheden. Een jolige toon past niet bij een serieus gesprek over armoede. Maar altijd maar somber en serieus praten past niet bij een informeel gesprek.

Wees dus consequent, maar pas je ook aan.

Let bij je stijl ook op tics en slechte gewoontes. Femke Halsema heeft de neiging om na elke zin een soort lach te laten zien. Ik vind het niet echt storend, mijn echtgenoot vindt het verschrikkelijk. Zeker toen ze een keer geïnterviewd werd over een serieus onderwerp. Die lach, die waarschijnlijk moet ontwapenen, pastte totaal niet.

Communicatievormen

Waar ben je beter in: praten of schrijven? En hoe wil jouw achterban geïnformeerd worden?  Het mooiste is natuurlijk als we zowel een geweldige rede kunnen houden, een kei zijn in debatteren en ons perfect uit kunnen drukken op papier. Maar de werkelijkheid is toch vaak anders. Zorg dat je je voorkeursstijl zo veel mogelijk gebruikt. En laat jou stijl aansluiten bij wat je stakeholder prettig vinden.

Maak bijvoorbeeld video’s als schrijven niet zo je ding is.

Sociale media

Ik krijg het vaakst vragen over sociale media. Vooral door raadsleden die het nog niet gebruiken. “Moet ik ook op Twitter of Facebook?”, vragen ze me vaak. Daarop heb ik een simpel antwoord: Nee, dat hoeft niet. Als je het niet leuk vindt, doe het dan vooral niet.

Kies alleen voor Sociale media (sm) als jouw doelgroep(en) er ook zitten. Heb je een jonge doelgroep, kies dan voor Tiktok, Snapchat of Instagram. Facebook is voor de ‘gewone’ mensen. En op Twitter zitten je collega’s en de pers. Neem je video’s op zet ze dan op Youtube of Vimeo.

Andere kanalen

(Bijna) elke partij heeft een website. Die kun je op 2 manieren gebruiken: statisch – zet je verkiezingsprogramma en je contactinfo er op en klaar. Of dynamisch, maar zorg dan ook dat je hem goed bijhoudt. Niets is zo treurig als een website waar als laatste iets over de verkiezingen 2018 is geplaatst (bestaat echt!).

Een nieuwsbrief is een goede manier om contact te hebben met je leden. Zorg wel dat je iets te vertellen hebt. Onderzoek eens wat jouw leden graag zouden lezen in een nieuwsbrief.

Een podcast is een leuke manier om bijvoorbeeld politici te interviewen. Interessant om te doen, maar aantal luisteraars is zeer beperkt.

Plaatselijke media en online nieuwskanalen

Vooral 50-plussers lezen plaatselijke kranten. Jongeren halen hun nieuws van andere kanalen. Wil je in de krant, stuur een bericht op. Bij ons plaatsen ze eigenlijk alles. Wij hebben RTL (de lokale radio). Als wij ze een persbericht sturen worden we eigenlijk altijd uitgenodigd. Aantal luisteraars is beperkt, maar het is wel heel leuk om te doen.

 

Effecten

Misschien wel het belangrijke bij communicatie is onderzoek naar de effecten van jouw (jullie) gedrag.

Ik ken lijsttrekkers die dachten dat het succes van D66 in 2014 (gemeenteraad) kwam door hun inzet tijdens de jaren daarvoor. Helaas bleek dat bij gemeenteraadsverkiezingen toch iets anders te zijn. Hoe mensen stemmen wordt voor 90% bepaald door de landelijke politiek. Pechtold en de zijnen waren op dat moment zeer succesvol. D66 was bijna net zo groot als de VVD (!). Dat kan je je nu, 6 jaar later, niet meer voorstellen.

Kortom, overschat je communicatie-inspanningen niet. Toch is het goed om een goed plan te hebben. Je richt je met je communicatie immers niet alleen op de kiezers tijdens verkiezingen. Maar ook op mede-raadsleden, politici bij andere gemeenten, inwoners, ambtenaren, etc. Je krijgt meer voor elkaar als mensen positief over je denken én als je helder en eenduidig gedrag vertoont.

Oefening:

Maak een eerste aanzet tot een communicatieplan. En denk na over de volgende thema’s:

  • Stakeholders/doelgroepen
  • Doelen: korte en langere termijn, persoonlijke en inhoudelijke doelen.
  • Communicatiemiddelen: hoe wil je het vertellen.
  • Boodschap: wat wil je vertellen
  • Houd hierbijrekening met tijd, geld en mogelijkheden.

De vorm van een communicatieplan is vrij. Het mag een infographic zijn (voorbeeld), een video, een schema (voorbeeld), een verhaal. Doe wat bij jou past.

Hoe meet je je succes en waarop kan je afgerekend worden als politicus?

Zijn de politici die de meeste stemmen krijgen ook de beste politici?

Het succes van een politicus is eigenlijk heel simpel: word je gekozen dan doe je het goed, wordt je herkozen dan doe je het beter. Word je niet herkozen/gekozen dan doe je het niet goed.

Simpel toch?

Tja. Daar kan je eindeloos op broeden of dit klopt of niet.

Toch durf ik keihard te beweren dat hoe goed  jij het doet (of juist niet) slechts een beperkte relatie heeft jouw (her)verkiezing.

En misschien nog wel belangrijker, wil je je eigen succes slechts een keer per vier jaar laten bepalen of wil je dat vaker doen?

Ik heb het eerder gehad over je wereldbeeld, je waarden en je gedrag. Kijk hier als je het niet meer weet.

Is bijvoorbeeld integer gedrag (volgens jouw eigen normen en waarden) ook een graadmeter of je het goed doet?

En de manier waarop je andere mensen bejegend (dus ook via je eigen normen en waarden), is dat ook een graadmeter? En bijvoorbeeld doen wat je zegt en zegt wat je doet?

En als je christelijk/moslim/joods bent, doe je het dan goed als je als politicus handelt volgens je christelijke/moslim/joodse waarden?

En als je liberaal, sociaal-democraat of rechtsradicaal? Dan is het toch ook mooi als je leeft volgens jouw eigen levensovertuiging?

Hoe bepaal je als politicus of je het goed hebt gedaan?

Natuurlijk ten eerste door doelen te stellen en deze te proberen te halen. Dat zou heel mooi zijn. En ik geef je een hint, stel je doelen niet te hoog. Als 10% van je doelen bereikt worden is dat mooi.

En verder, heiligen de middelen het doel? Hoe ver mag je gaan als politicus? Zolang het maar binnen de wet valt? Of heb jij je eigen waarden en normen?

 

 

 

Inhoud Training

- Ken jezelf

1 – Wie ben ik en wat zijn mijn politieke aspiraties.

Ontdek het in het eerste deel van de training. Je doet een aantal oefeningen. Krijgt leesvoer (voor de liefhebber). En socrates himself helpt je op weg.

Een extraatje bij deze les: Politiek kan best veel tijd kosten (en het is verslavend). Als je die tijd niet hebt, hoe kan je dan toch je werk goed doen.

2 – Wat voor politicus ben ik/wil ik zijn

De vraag wat voor soort politicus ben ik en/of wil ik zijn. Daar draait het om in dit deel van de training. Doe de online test om te kijken wat voor politicus je bent en leer waar je uitdagingen liggen.

- Ken je omgeving

3 – Wie is de baas in de raadszaal?

Ken je vrienden en je ‘vijanden’. Met wie heb je te maken, hoe ziet je omgeving eruit en wat heb je hier eigenlijk aan. Na deze lessen zal je omgeving nooit meer hetzelfde zijn.

En hoe zit het met macht, ranking, cultuur en al die zaken waar je mee te maken krijgt als je een groep mensen bij elkaar zet?

Analyseer een raadsvergadering en gebruik daarbij de analysetools die ik voor je heb.

4 – Integere, goede politiek bestaat dat eigenlijk?

Stel dat je de ideale wereld mag ontwerpen, hoe ziet ie er dan uit? En wat heeft dit met politiek te maken? En wat is politiek? En wanneer doe jij het goed?

Ik geef je tips zodat je zelf een politiekmanifest kunt schrijven.

- Communicatie

5 – Met wie communiceer jij eigenlijk en waarom?

Voor wie doe je het eigenlijk allemaal, behalve natuurlijk voor jezelf? En hoe communiceer je dan met die mensen? En welk verhaal vertel je aan wie? En moet dat verhaal een beetje eenduidig zijn?

En welke middelen gebruik je dan om te communiceren?

6 – alles komt samen en nu aan de slag

Oké en nu…… aan de slag. Schrijf jouw verhaal.

Blogs lezen