Selecteer een pagina

Mag ik even je aandacht….

 

Het feest was begonnen. Alle genodigden waren er, de hapjes stonden op tafel en iedereen had wat te drinken gekregen. “Mag ik even jullie aandacht? Nou, euh, fijn dat jullie er zijn. Als je nog iets wil drinken, dan mag je het zelf pakken. Bier staat hier.” Mieke wees naar de koelkast. “De wijn staat op tafel, samen met de glazen en de frisdrank, naast het eten. Geniet ervan!” De gasten stonden in een groep met elkaar bij te praten. “Goed georganiseerd, Mieke! Wat ben je daar toch handig in” complimenteerde de buurman. Mieke knikte trots.

 

Het werd later en later. Het werd goed gegeten en gedronken. Er klonken een harde lach en nog één. De verhalen werden harder, grappiger en onzinniger.

 

De eerste mensen vertrokken weer, ze hadden nog een feest. “Waar is Fred eigenlijk?” vroeg iemand. Er viel plotseling een stilte. Verrek, waar was Fred eigenlijk? De hele avond nog nauwelijks gezien. En hij was nog wel het feestvarken!

 

martin parr photograph

 

Doe ik er wel toe?

 

Ga toch weg met al dat gepraat over ‘geluk’ en zo. Daar gaat het helemaal niet om. Wat heb je aan geluk als je eenzaam en alleen op de bank zit? Of als je op je eigen feest vergeten wordt?

 

Helemaal niks! Weet je waar het echt om gaat in het leven? Waar we doodsbang voor zijn?

 

We zijn bang dat we over het hoofd worden gezien, de muurbloem zijn, er totaal niet toe doen!

 

Dus als je de volgende keer weer eens nadenkt over de zin van het leven, bedenk dan: het gaat er om dat jij er toe doet, dat je aandacht nodig hebt, dat er naar jou gekeken wordt.

 

En dat gelukkig zijn? Dat is dan gewoon een leuk bijproduct.

 

 

martin parr photograph

 

 

Maar, waar was Fred nou ?

 

Maak je geen zorgen, die had z’n eigen feestje. Op zolder, met een leuke gaste die wel aandacht voor hém had.

Het huwelijk met Mieke was daarna wel voorbij, dat begrepen de andere gasten ook wel. Dat had Fred niet zo handig gedaan. Maar een beetje jaloers op Fred waren ze allemaal wel.

 

 

Bron: de foto’s zijn van Martin Parr.